Diëtisten zien steeds meer mensen met ernstig
overgewicht, met daarbij vaak al meerdere gezondheidsproblemen. Deze mensen
hadden veel eerder voor advies kunnen komen om bijvoorbeeld gewrichtsklachten,
hart- en vaatziekten en diabetes voor te zijn.
De Nederlander is nog niet uitgegroeid. Steeds meer
mensen zijn te dik, inmiddels 47%. 11% kampt zelfs met ernstig overgewicht. Dit
is terug te zien bij de cliëntèle van de vrijgevestigde diëtisten. De diëtisten
zien steeds meer mensen met ernstig overgewicht, zo blijkt uit de cijfers van
de Landelijke informatievoorziening Paramedische Zorg (LiPZ) diëtetiek.
NIVEL-onderzoeker Ilse Swinkels: “Hoewel diëtisten veel breder onderlegd zijn
en veel meer in huis hebben aan kennis en adviezen, besteden ze hun tijd vooral
aan de strijd tegen ernstig overgewicht.”
Meerdere jaren op rij
De trendcijfers diëtetiek, cijfers van meerdere jaren op rij, laten zien dat
het aantal mensen dat de diëtist bezoekt vanwege overgewicht in twee jaar tijd
is gestegen van 68 naar 73%. Ongeveer een kwart van de mensen komt vanwege
diabetes, 17% vanwege een te hoog cholesterol en 15% vanwege een hoge
bloeddruk. De helft van de cliënten heeft meerdere aandoeningen. De combinatie
overgewicht en diabetes steeg van 18 naar 21%.
Extreem zwaar
Opvallend is dat het vooral mensen met ernstig overgewicht zijn die
naar de diëtist gaan, mensen met een gemiddelde Body Mass Index (BMI) – het
gewicht gedeeld door lengte maal lengte – van boven de 32. Dat is bijvoorbeeld
een man van 1,76 meter en honderd kilo. Die is al zo’n 25 kilo te zwaar.
Samenhang
Swinkels: “Ernstig overgewicht hangt samen met tal van chronische aandoeningen.
Niet alleen met gewrichtsklachten, hart- en vaatziekten en diabetes, maar ook
met bepaalde vormen van kanker. Als mensen in een eerder stadium behandeld
worden, als er dus nog geen sprake is van ernstig overgewicht,
verhoogt dat de kans van slagen van de behandeling. Bovendien wordt de kans op
dergelijke chronische aandoeningen kleiner. Een gewichtsverlies van 5 tot 10%
levert al een duidelijke gezondheidswinst op. Uit LiPZ-onderzoek blijkt dat
mensen gedurende hun behandeling niet alleen afvallen, maar ook meer gaan
bewegen. Dat zijn belangrijke resultaten in de strijd tegen overgewicht.”
Basisverzekering
Per 1 januari verdwijnt diëtetiek uit de basisverzekering. “Dan zullen veel van
deze mensen, hoe hard ze het ook nodig hebben, de keuze maken niet meer naar de
diëtist te gaan”, vreest Swinkels. Of ze gaan nóg later, met een nog
hoger BMI. Een goede behandeling is bovendien van lange duur, met begeleiding
om het lagere gewicht te behouden. Als diëtetiek niet meer wordt vergoed vanuit
de basisverzekering, zal het ook moeilijker worden patiënten langdurig te
begeleiden.”
LiPZ
LiPZ is een landelijk netwerk van extramurale praktijken voor diëtetiek,
fysiotherapiepraktijken, praktijken voor oefentherapie Cesar en Mensendieck.
Diëtisten en therapeuten registreren binnen dit netwerk gegevens over de zorg
die zij leveren. Alle zorg, ook de niet-verzekerde zorg, aan de hele
patiëntenpopulatie wordt geregistreerd. LiPZ wordt uitgevoerd door het NIVEL in
nauwe samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Diëtisten, het Koninklijk
Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie, de Vereniging van Oefentherapeuten
Cesar en Mensendieck en Zorgverzekeraars Nederland. LiPZ wordt gefinancierd
door het ministerie van VWS.
Wereldvoedseldag
Op 16
oktober is het Wereldvoedseldag en kun je de volgende documentaire zien op Nederland 2
in Holland doc van de IKON, van 23.35 tot 00.30 uur.
Filmmaker Walther Grotenhuis onderzoekt in deze documentaire met als ondertitel “Hoe voedsel de wereld verandert” de herkomst van drie producten die van ver komen, maar voor ons heel gangbaar zijn. Het gaat over soja uit Brazilië, garnalen uit de Filippijnen en boontjes uit Kenia. Tegelijk met dit verhaal zie je als kijker hoe deze producten worden klaar gemaakt voor een dinerbuffet in het kader van een personeelsfeest .
Zo zie als kijker dat de wereld onze supermarkt is geworden.
Walther Grotenhuis: ‘Als consument in de supermarkt verbaas ik me over het steeds exotischer aanbod van voedsel uit de hele wereld. Zomer en winter. Alles is er, altijd en overal vandaan. In “Smakelijk Eten” laat ik zien wat de productie van ons voedsel betekent voor de mensen die er hun bestaan in vinden of er juist de dupe van worden.
Ik probeer hun leven invoelbaar te maken, om zo de verborgen achterkant van ons dagelijks bord met eten tot leven te brengen. Want het is mijn overtuiging dat de wereldvoedselproductie nauw met ons eigen leven verbonden is.’
De website over Voeding en PDS van VodiService is geheel vernieuwd.
De belangrijkste aanleiding hiervoor was de herziene richtlijn Voeding bij PDS (2011).
Onderzoek naar de wensen van de gebruikers van de site vormden eveneens input voor de aanpassingen die zijn gedaan.
De informatie is nu dan ook weer geheel up to date en meer gebruikersgericht gemaakt.
Wij hopen dat de site nu nog beter in de behoefte voorziet waarvoor deze in het leven is geroepen:
actuele en goede wetenschappelijk onderbouwde informatie over het Prikkelbare Darm Syndroom (PDS).
Vanaf 01-08 2011 is de diëtist direct toegangelijk
Patiënten mogen met ingang van 1 augustus direct naar de diëtist, ergotherapeut, logopedist, orthoptist en podotherapeut. Het is dus niet meer nodig om eerst een verwijzing bij de huisarts te halen.
Nadat in mei de ministerraad hiermee instemde op voorstel van minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, heeft nu ook de Raad van State ingestemd. Met deze maatregel wordt de huisarts ontlast en krijgt hij meer tijd voor andere zaken.
Voor de fysiotherapeut, de oefentherapeut, de mondhygiënist en de huidtherapeut is al geen doorverwijzing van de huisarts meer nodig.
Informeer bij zorgverzekeraar
Iedereen die kiest om zonder verwijzing naar een van de genoemde paramedici te gaan, doet er goed aan om eerst contact op te nemen met de zorgverzekeraar om te informeren of die de behandeling zonder verwijzing vergoedt.
Bron: ZorgPortaal aug 2011
De ramadan is aangebroken
De ramadan is een periode van vasten, die dit jaar voor de meeste moslims duurt
van 1 augustus tot 29 of 30 augustus. Moslims eten en drinken in deze periode
niet tussen zonsopgang en zonsondergang. Maar 's avonds laat en 's ochtends heel vroeg
wordt deze 'schade' dubbel en dwars ingehaald. Met gezonde, voedzame gerechten
zoals de populaire soep harira, of bijvoorbeeld dadels en olijven. Maar ook met
hele zoete lekkernijen. Hoe gezond is zo'n eetpatroon eigenlijk?
Nu bij VodiSerice onder het thema afslanken: Afslanken met Dianne Bakker.
In plaats van een dieet, gaat het bij ‘Beter dit, dan dat!’ om betere keuzes maken en vooral blijven genieten! Geen enkel product is verboden. Door middel van keuzes maken kunnen kilo’s worden verbrand. Daarnaast is persoonlijke ondersteuning ook mogelijk, om bijvoorbeeld ook het emotionele en externe eetgedrag aan te pakken.
Het is eenvoudig, duidelijk en gegarandeerd succesvol! Meer weten? Bekijk de rest van de website hier.
Liefs,
Geef uw mening over het thema PDS
Vertel ons hoe u de informatie op onze website vindt en maak kans op een boekje over PDS en Voeding.
Klik op de volgende link en vul de vragenlijst in: www.thesistools.com/web/?id=188487
Europese consument bezorgt hulpstoffen in de voeding
EU consument meer bezorgd over contaminanten dan over ongezonde voeding Een overgrote meerderheid van de Europeanen associeert eten in de eerste plaats met genieten van lekker en vers voedsel. Dit blijkt uit de resultaten van de recentste Eurobarometer uitgevoerd in opdracht van de Europese Autoriteit voor de Voedselveiligheid (EFSA) in de 27 lidstaten (1). De veiligheid en de voedingswaarde van het voedsel zijn aandachtspunten voor respectievelijk 79 % en 61 % van de EU-bevolking.De aanwezigheid van vreemde chemische stoffen zoals pesticiden, hormonen, zware metalen en dioxines ervaren consumenten als het belangrijkste risico inzake voedselveiligheid. Verder is er bezorgdheid rond het gebruik van additieven, GGO’s, het klonen van dieren voor voedselproducten, bacteriële besmetting van voedingsmiddelen en nieuwe virussen bij dieren zoals de vogelgriep. Een meerderheid (59 %) is er zich van bewust dat de samenstelling van de voeding bepaalde ziekten zoals diabetes, hart- of leverproblemen kan bevorderen. Tweeënvijftig procent is bezorgd over de ongezonde en onevenwichtige samenstelling van zijn voeding, 47 % vreest in gewicht bij te komen.
Meer vertrouwen in voedselveiligheid Het vertrouwen in de veiligheid van voedingsmiddelen op de Europese markt is tussen 2005 en 2010 toegenomen. Heel wat consumenten (63 %) vinden daarentegen wel dat hun voeding minder gezond is dan 10 jaar geleden. Zij leggen de verantwoordelijkheid hiervoor niet zozeer bij de overheid maar wel bij zichzelf. Zestig procent vindt dat de overheid voldoende doet om hen te beschermen tegen mogelijke risico’s van ongezonde eetgewoonten en 71 % heeft er vertrouwen in dat ze zelf de nodige stappen kunnen ondernemen om deze risico’s te beperken. Zij vinden het de rol van de overheid om te informeren over gezonde eet- en leefgewoonten. Eenentachtig procent vindt dat dit meer moet gebeuren.
Bezorgdheid weinig invloed op voedingsgedrag Het overgrote deel van de ondervraagden kon zich een of meerdere berichten herinneren over het feit dat een bepaald voedingsmiddel slecht zou zijn voor de gezondheid. Slechts 13 % heeft zijn eetgewoonten hierdoor definitief veranderd, 31 % heeft zijn eetgewoonten maar tijdelijk aangepast en 53 % heeft zich hierdoor niet laten beïnvloeden. Berichten over de veiligheid van bepaalde voedingsmiddelen hebben een vergelijkbaar effect.Het onderzoek staat ook stil bij de betrouwbaarheid van de bronnen van voedingsinformatie. Artsen en andere gezondheidswerkers genieten veruit het meeste vertrouwen (84 % in Europa en 94 % in België). Familie en vrienden, consumentenorganisaties, wetenschappers en milieugroeperingen worden eveneens hoog ingeschat. Europese instanties scoren iets beter dan nationale. De media (tv, kranten, radio) en het internet beschouwt men als minder betrouwbaar. Opvallend is ten slotte dat consumenten meer vertrouwen hebben in landbouwers dan in de voedingsindustrie en -distributie.
Wie wil afvallen en niet meer wil aankomen, moet een dieet volgen met mager vlees, bonen en magere zuivelproducten, en producten als witbrood en witte rijst zoveel mogelijk mijden. Dat blijkt uit onderzoek van Thomas Meinert Larsen c.s. (onder andere UMC Maastricht) in NEJM van deze week.
beeld: Think stock
938 volwassenen met overgewicht deden mee aan het onderzoek. Ze volgden aanvankelijk een dieet van 800 kcal per dag gedurende acht weken, waardoor ze gemiddeld 11 kilo afvielen. Vervolgens werden 773 van hen at random toegewezen aan vijf verschillende dieettypen, alle met een laag vetgehalte. Dat dieet volgden ze zes maanden. Het idee was om langs deze weg uit te zoeken welk vervolgdieet het best wapent tegen gewichtstoename na aanvankelijk gewichtsverlies.
De vijf varianten waren: een dieet met een laag eiwitgehalte en een hoge glykemische index (GI), een dieet met een laag eiwitgehalte en een lage GI, een dieet met een hoog eiwitgehalte en een lage GI, een dieet met een hoog eiwitgehalte en een hoge GI, en een controlegroep met klassieke dieetadviezen. De glykemische index is een maat voor de snelheid waarmee de bloedglucosespiegel stijgt na het gebruik van koolhydraten over een periode van twee uur: de postprandiale glykemische respons. Hoe lager dit getal hoe beter.
De gemiddelde gewichtstoename onder de deelnemers aan het onderzoek bedroeg 0,5 kg. Het slechtst af waren patiënten die een dieet volgden met een laag eiwitgehalte en hoge GI (gewichtstoename: 1,67 kg). Het best pakt een dieet uit met een licht verhoogd eiwitgehalte en een lage glykemische index. Wie flink is afgevallen, behoudt het gewichtsverlies dan het best. Ook al omdat zo’n dieet het best is vol te houden.
Verschillende trials hebben het belang van dat laatste aangetoond. Misschien is het zelfs belangrijker dan het type dieet. Al wijzen commentatoren David Ludwig en Cara Ebbeling wel op de samenhang tussen psychologie en fysiologie: een dieet volhouden is afhankelijk van de mate waarin een dieet honger en metabolisme beïnvloedt.